'Taal actief' is de methode voor Taal & Spelling. Tijdens de taallessen worden de volgende taaldomeinen behandeld: woordenschat, taal verkennen, spreken & luisteren en schrijven.

'Taal actief' besteedt veel aandacht aan woordenschat.

Bij spelling leren de kinderen onveranderlijke woorden en werkwoorden schrijven. Werkwoorspelling start in groep 6. Bij de onveranderlijke woorden leren de kinderen de luister-, regel- en weetstrategie.

De leerlijnen taal en spelling zijn volledig op elkaar afgestemd. Elk thema begint met een ankerverhaal, geschreven door een bekende kinderboekenauteur. De ankerverhalen zijn het vertrekpunt voor alle lessen. Daarin komen al enkele taaldoelen en spellingdoelen aan bod. Per dag krijgen de kinderen 60 minuten les: meestal 40 minuten taal en 20 minuten spelling. Elke taalles heeft een leerkrachtgebonden lesdeel en een lesdeel zelfstandig werken. Bij spelling wisselen de leerkrachtgebonden lessen en zelfstandig werken lessen elkaar af.

Kinderen leren beter als ze weten wat en waarom ze iets leren. Iedere les begint met het instapkaartje. Hierop staat wat de kinderen die les gaan leren. Elke les eindigt met het uitstapkaartje als reflectiemoment.

Met 'Taal actief' werken alle kinderen vanaf dag één op hun eigen niveau. Elk lesdoel is standaard op 3 niveaus uitgewerkt. Alle kinderen starten met de beginopdracht 'Eerst proberen". Het aantal fouten bepaalt op welk niveau het kind aan de slag gaat. Ook na de toets wordt gedifferentieerd. Aan de hand van die score gaat een kind remediëren, herhalen of verrijken. Voor de taalbegaafde kinderen is er een plusboek.

Ook bij spelling werken de kinderen op hun eigen niveau. Elke instructieles eindigt met een oefendictee. Het aantal fouten bepaalt het niveau waarop de kinderen de volgende les zelfstandig aan de slag gaan. Voor de sterke spellers zijn er plusbladen. Voor de begeleiding van de zwakke spellers zijn er bladen om extra te oefenen.