De ziekteverschijnselen treden op één tot drie dagen na besmetting en doen zich voor als buikkrampen en diarree, misselijkheid en overgeven, hoofdpijn en / of lichte koorts.

Bij volwassenen gaat dit na een paar dagen over. Jonge kinderen zijn vaak vijf tot zes dagen ziek. Er is geen geneesmiddel tegen een infectie met het norovirus. Het is belangrijk voldoende te blijven drinken om uitdroging tegen te gaan. Complicaties komen, voor zover bekend, niet voor.

Zieken in de groep
Wanneer meerdere kinderen en ouders in een korte periode ziek worden is er sprake van een uitbraak, mogelijk van het norovirus. Als meer dan een derde deel van een kindergroep binnen één week diarree of braakklachten, meld dit dan aan de GGD. Dit is overigens verplicht op basis van artikel 7 van de Infectieziektenwet.

VOORKOMEN

Wees bedacht op het virus als er is gebraakt of sprake is van een kind met diarree
Norovirus is erg besmettelijk. Het wordt overgedragen via ontlasting en braaksel dat de besmettelijke virusdeeltjes bevat. Meestal komen de deeltjes via de handen in de mond terecht. Ook besmetting via de lucht als gevolg van braken is mogelijk.
Het is moeilijk alle virusdeeltjes te verwijderen uit de omgeving waar pas is gebraakt of diarree voorkomt. Ga er altijd van uit dat het virus aanwezig kan zijn en handel extra hygiënisch. Gooi alle etenswaren die open en bloot in die ruimte liggen direct weg.

Ga zeer hygiënisch te werk bij het bereiden van voedsel
Het is belangrijk de handen goed te wassen en hygiënisch te werken, vooral bij voedsel dat verder niet meer verhit wordt, zoals broodjes, fruit, groente en salades. Voedsel dat verhit is geweest tot 75 ºC in de kern, is veilig. Houdt dit wel altijd apart van rauw voedsel. Laat een personeelslid tot drie dagen na zijn/haar buikgriep geen voedsel bereiden.

Was de handen minstens 15 seconden met zeep en stromend (warm of koud) water
Het advies is om geen sieraden aan de handen te dragen. Maak vooral tussen de vingers en onder de nagels goed schoon met schuimig zeep en spoel de handen goed af. Droog ze tenslotte zorgvuldig met een wegwerphanddoek. Handen wassen moet altijd vóór het bereiden van eten en na toiletgebruik, maar ook na het helpen van een kind dat diarree heeft of pas heeft gebraakt en na het opruimen van ontlasting of braaksel.

Reinig alle mogelijk besmette oppervlakken
Besmette materialen, zoals aankleedkussens en speelgoed, moeten meteen worden gewassen. Met virus besmet beddengoed en kleding moet liefst met de kookwas (90ºC) worden gewassen, bij voorkeur met een wasmiddel met bleek.
Desinfecteren is soms mogelijk, maar niet elk desinfectiemiddel is effectief tegen het norovirus. Middelen op basis van alcohol zijn vrijwel zeker niet werkzaam. Desinfecteer daarom alleen op indicatie en in overleg met de GGD.
Maak dagelijks en direct nadat er is overgegeven het toilet schoon. Begin bij de wasbakken en eindig bij de toiletpot.