Problemen bij het slapen, komen bij kinderen regelmatig voor. Ze kunnen zich voordoen bij het inslapen of in de verschillende fasen van de slaap.

Tijdens de slaap zijn er verschillende periodes van meer oppervlakkige tot diepe slaap die elkaar afwisselen. Zo'n 4 à 6 keer per nacht zijn er perioden dat er wordt gedroomd. Tijdens een droomperiode is de slaap licht en is er sprake van snelle oogbewegingen.

Gezonde slaap
Voldoende slaap is voor kinderen belangrijk om goed te kunnen groeien. Slaap heb je nodig om uit te rusten en de indrukken van overdag te verwerken. Een kind dat voldoende slaapt, zal de volgende dag op tijd wakker worden, zich fit en uitgerust voelen en goed de aandacht kunnen houden bij wat het doet. Onvoldoende nachtrust heeft invloed op je concentratie, humeur of gedrag (moe of sloom zijn, of juist overactief of prikkelbaar).

Hoeveelheid slaap
De behoefte aan slaap verschilt van kind tot kind. Een kind slaapt gemiddeld zo'n 11 à 12 uur per nacht. Maar het ene kind van 6 jaar zal om 19.00 uur naar bed moeten, het andere om 20.00 uur. Zelfs binnen een gezin kan een jonger kind nog klaarwakker rondlopen, terwijl zijn oudere broer of zus omvalt van de slaap. Als u weet hoeveel nachtrust uw kind ongeveer nodig heeft, kunt u het beste een vaste regelmaat aanhouden in het naar bed gaan, zeker als de volgende dag een schooldag is. Tijdens de weekenden en vakanties kunt u wel eens afwijken van die regelmaat.

Slaapproblemen
Mogelijke slaapproblemen bij kinderen zijn: het niet naar bed willen, moeite hebben met inslapen, 's nachts wakker worden, bang zijn, en niet snel weer kunnen inslapen. Deze problemen kunnen tijdelijk zijn en gaan dan vanzelf weer over; soms duren ze wat langer. Als het een probleem voor uw kind of voor u wordt, is het verstandig na te gaan waardoor het komt.

  1. Moeite met naar bed gaan
    Bedenk dat naar bed gaan geen straf moet zijn. Het bed is om in te slapen, en niet om voor straf naar toe gestuurd te worden. Dan krijgt het bed, en dus het slapen, een negatieve lading, en wordt slapen geassocieerd met straf en niet leuk. Slapen of naar bed gaan moet ook een beetje leuk zijn. Een vaste bedtijd, regelmaat in het naar bed gaan, een eigen bedritueel (bijv. wassen, tandenpoetsen, plassen, verhaaltje lezen of muziekje luisteren of samen slaapliedjes zingen en de knuffels welterusten zeggen) helpen om het naar bed gaan te vergemakkelijken. Als ouders dient u hier, met name door de week, zo consequent mogelijk in te zijn; het helpt het kind zich voor te bereiden op het naar bed gaan.
  2. Moeite met inslapen
    Misschien heeft uw kind wel iets minder slaap nodig dan u als ouder denkt. Laat uw kind dan in bed bijv. eerst nog wat lezen, of laat uw kind wat later naar bed gaan. Als uw kind de volgende dag niet uitgerust en fit is, kunt u het weer wat eerder naar bed laten gaan, en de oorzaak ergens anders gaan zoeken.
    Het is belangrijk dat uw kind de tijd voor het naar bed gaan, rustig doorbrengt. Dus geen wilde spelletjes en geen spannende tv-programma's, verhalen of computerspelletjes. Ontspanning is het sleutelwoord.
    Praat voor het slapen gaan over de dag die geweest is; geef uw kind aandacht.
    Praat over leuke dingen en over de minder leuke dingen (angst, ruzie, opwinding). Lees een verhaaltje voor, of laat uw kind nog even zelf lezen.
    Zorg voor een rustige omgeving om in te slapen (niet te licht en niet te lawaaiig).
    Als uw kind bang is in het donker, laat dan een nachtlampje branden, of het licht op de gang.
    Geef uw kind voor het slapen gaan een beker warme melk, een warm bad of een warme douche; deze dingen kunnen ontspannend werken.
    Laat uw kind in een koele kamer slapen; laat het niet onder veel dekens of onder een te warm dekbed slapen.
    Geef uw kind 's avonds geen cola, koffie, thee of chocolademelk meer te drinken. Deze dranken kunnen uw kind uit de slaap houden.
    Laat uw kind in een goed bed slapen, en geef het makkelijke kleding aan om in te slapen (kleding die niet knelt).
    Doe eventueel samen met uw kind wat ontspanningsoefeningen voor het slapen gaan (u kunt een stencil met ontspanningsoefeningen vragen aan de jeugdverpleegkundige).
  3. 's Nachts wakker worden en niet meer inslapen
    Dit kan gebeuren als uw kind een nachtmerrie heeft gehad en angstig wakker wordt, of als uw kind problemen heeft met akelige gedachten hierover. Vaak is er iets dat uw kind bezighoudt en dat het nog niet verwerkt heeft. Het kan zijn dat er in het gezin een bijzondere gebeurtenis heeft plaats gevonden, bijv. gezinsuitbreiding, ziekenhuisopname van één van de ouders, broers of zusjes, of uw kind zelf. Het kan zijn dat er spanningen op school zijn: uw kind is gepest, of heeft zelf gepest en voelt zich hier schuldig over, of de juf of meester heeft iets gezegd. Er kunnen ook spanningen thuis zijn, bijv. er is ruzie geweest of er is een scheiding op komst, of net geweest. Belangrijk is om te weten te komen wat uw kind bezighoudt. Praat hierover, geef uw kind aandacht.

Wat kunt u beter niet doen?
Een lekkere beker melk maken of het kind bij u in bed laten slapen. Deze zaken halen uw kind uit zijn slaap en belonen uw kind voor het wakker worden. Hierdoor neemt de kans toe dat uw kind vaker wakker wordt.

Wat kunt u wel doen?
Uw kind rustig in zijn eigen bed laten en rustig, zachtjes toespreken, troosten, zachtjes over buik of rug aaien; knuffelen. Als uw kind echt over zijn toeren is en heel erg wakker, kunt u het laten vertellen wat er aan de hand is. Neem de verhalen van uw kind serieus en probeer het te troosten. Als het een ernstig probleem is, zeg dan dat u er de volgende dag op terugkomt. Probeer de volgende dagen of weken samen naar oplossingen te zoeken. Om slaapproblemen bij kinderen op te kunnen lossen, is het allereerst belangrijk om na te gaan waardoor het komt. Als u weet wat uw kind bezighoudt, kunt u proberen dit samen met uw kind te bespreken. Wanneer u zelf al van alles hebt geprobeerd, en het lukt u niet om een oplossing voor het slaapprobleem van uw kind te vinden of wanneer u vragen heeft over het slaapgedrag van uw kind, dan kunt u bij de jeugdarts of jeugdverpleegkundige om raad vragen. Ze geven u graag advies.