Wij werken op de Karel Eykman School met de methode Leefstijl. Leefstijl staat voor sociaal-emotionele vaardigheden.

"Als je sommen moet maken en niet tot tien kunt tellen, zul je dat eerst moeten leren. Dat is immers een basisvaardigheid voor het rekenen". "Zo is het ook met sociaal gedrag. Als een leerling of een klas moeite heeft met de basale regels van het sociaal functioneren, zullen die eerst aangeleerd moeten worden om de kinderen te leren zich te gedragen".

leefstijlVoor het optimaal functioneren van kinderen en het ontwikkelen van hun talenten zijn competenties als zelfvertrouwen, doordachte beslissingen nemen, luisteren, je gevoelens uiten en rekening houden met anderen onmisbaar. Het zijn niet alleen de emotionele vaardigheden die gestimuleerd worden, doordat kinderen beter in hun vel zitten, maar ook de cognitieve vaardigheden komen beter tot hun recht.

Het programma van Leefstijl kent zes thema's:
Thema 1: De groep dat zijn wij! (over sfeer in de groep)
Thema 2: Praten en luisteren (over communicatie)
Thema 3: Ken je dat gevoel (over gevoelens)
Thema 4: Ik vertrouw op mij (over zelfvertrouwen)
Thema 5: Iedereen anders, allemaal gelijk (over diversiteit)
Thema 6: Lekker gezond (over gezondheidsvaardigheden)

De vraag kwam hoe de school kinderen meer systematisch en planmatig kan volgen in hun sociaal-emotionele ontwikkeling. De Karel Eykman School heeft gekozen voor het digitale leerlingvolgsysteem: de Sociale Competentie Observatie Lijst (SCOL)."Sociale competentie is het vermogen om adequaat te handelen in sociale situaties". Gedrag verschilt per situatie en is afhankelijk van de leeftijd. Gedrag kun je observeren en verschillende situaties. Gedrag kun je beoordelen passend in de situatie, passend bij de leeftijd.

De SCOL heeft een positieve invalshoek: de vragen gaan over wat een leerling wél kan. De leerkracht vult twee keer per jaar voor alle leerlingen in de groep de vragenlijst in. De SCOL bestaat uit 26 vragen die telkens concreet sociaal competent gedrag beschrijven. De 26 vragen zijn ondergebracht in acht categorieën van sociaal competent gedrag.

De acht categorieën zijn:

  1. Ervaringen delen, deelt de leerling met anderen wat hem bezighoudt, zowel de positieve als de negatieve ervaringen? Heeft hij plezier met andere kinderen?
  2. Aardig doen, benadert de leerling andere leerlingen op een positieve manier en draagt hij zorg voor anderen?
  3. Samen spelen en werken, kan de leerling met anderen iets tot stand brengen: overleggen, afspraken maken en ideeën inbrengen?
  4. Een taak uitvoeren, hoe gaat de leerling om met opdrachten? Denk hierbij niet alleen aan schoolse taken, maar ook aan andere taken, zoals de planten water geven, het bord schoonmaken, de klas opruimen en dergelijke.
  5. Jezelf presenteren, hoe beweegt de leerling zich onder de mensen; hoe gemakkelijk maakt hij zich kenbaar?
  6. Een keuze maken, gaat de leerling impulsief te werk? Blijft hij bij een beslissing? Hoe gemakkelijk hakt hij een knoop door? In hoeverre beslist de leerling zelf en in hoeverre laat hij zich leiden door anderen?
  7. Opkomen voor jezelf, hoe gaat de leerling om met weerstand? Kan hij voor zichzelf zorgen? Vraagt hij op tijd om hulp?
  8. Omgaan met ruzie, kan de leerling een verschil van mening of een belangentegenstelling oplossen, zonder dat het leidt tot een knallende ruzie?

Wij gebruiken de SCOL om:

  • de ontwikkeling van sociale competenties op klasse- of op schoolniveau planmatig aan te pakken
  • ons onderwijs inhoudelijk vorm te geven, wat heeft een leerling of groep nodig
  • leerlingen, die extra ondersteuning nodig hebben, snel op het spoor te zijn

Dit instrument heeft een positieve beoordeling van de Commissie Testaangelegenheden Nederland (COTAN). Dit betekent dat het meetinstrument SCOL valide en betrouwbaar is en voldoet aan alle kwaliteitseisen die de COTAN vooropstelt.