De Sociale Competentie Observatie Lijst (SCOL) is het leerlingvolgsysteem voor de sociaal-emotionele ontwikkeling.

Om leerlingen systematisch en planmatig in hun sociaal-emotionele ontwikkeling te volgen, werkt de Karel Eykman School met het digitale leerlingvolgsysteem: de Sociale Competentie Observatie Lijst (SCOL).

Sociale competentie is het vermogen om adequaat te handelen in sociale situaties. scol

  • Gedrag verschilt per situatie en is afhankelijk van de leeftijd.
  • Gedrag kun je observeren in verschillende situaties.
  • Gedrag kun je beoordelen passend in de situatie, passend bij de leeftijd.

De SCOL meet de sociale competentie van de leerlingen aan de hand van vragen over hun gedrag. De vragen gaan over concreet gedrag dat we op school in verschillende situaties kunnen waarnemen. De leerkrachten van groep 2 tot en met 8 vullen twee keer per jaar (najaar en voorjaar) voor alle leerlingen in hun groep de vragenlijst in.

De leerlingen uit groep 6 tot en met 8 vullen zelf ook de vragenlijst in. In de LeerlingSCOL wordt naar hetzelfde gedrag gevraagd als in de SCOL wat maakt dat de vragen volledig vergelijkbaar zijn. Wij gebruiken de SCOL om: de ontwikkeling van sociale competenties op groeps- of op schoolniveau planmatig aanpakken aan te pakken en leerlingen, die extra ondersteuning nodig hebben, snel op het spoor te zijn.

De vragen zijn ondergebracht in acht categorieƫn van sociaal competent gedrag:

1. Ervaringen delen - Deelt de leerling met anderen wat hem bezighoudt, zowel de positieve als de negatieve ervaringen? Heeft hij plezier met andere kinderen?
2. Aardig doen - Benadert de leerling andere leerlingen op een positieve manier en draagt hij zorg voor anderen?
3. Samen spelen en werken -
Kan de leerling met anderen iets tot stand brengen: overleggen, afspraken maken en ideeƫn inbrengen?
4. Een taak uitvoeren -
Hoe gaat de leerling om met opdrachten? Denk hierbij niet alleen aan schoolse taken, maar ook aan andere taken, zoals de planten water geven, het bord schoonmaken, de klas opruimen en dergelijke.
5. Jezelf presenteren -
Hoe beweegt de leerling zich onder de mensen; hoe gemakkelijk maakt hij zich kenbaar?
6. Een keuze maken -
Gaat de leerling impulsief te werk? Blijft hij bij een beslissing? Hoe gemakkelijk hakt hij een knoop door? In hoeverre beslist de leerling zelf en in hoeverre laat hij zich leiden door anderen?
7. Opkomen voor jezelf -
Hoe gaat de leerling om met weerstand? Kan hij voor zichzelf zorgen? Vraagt hij op tijd om hulp?
8. Omgaan met ruzie -
Kan de leerling een verschil van mening of een belangentegenstelling oplossen, zonder dat het leidt tot een knallende ruzie?