herfst – kerst 

 

Rekenen blok 3 & 4

Oriëntatie op de getallen tot en met 1000

Optellen en aftrekken tot en met 100

Optellen en aftrekken tot en met 1000

Vermenigvuldigen en delen 

Alle tafels tot en met 10 + tientallentafels  

Geld: teruggeven van geld tot en met €100

Geld: aandacht voor de komma in geld bedragen 

Tijd: herhalen van de analoge en digitale tijd + notatie

Tijd: kwartalen en dagen van de maand. 

Meter: oppervlakte en omtrek 

Meter: millimeter 

Grafieken: kinderen maken kennis met de staafgrafiek

Meetkunde: routes, plattegronden en schaal. Koppelen van afstand aan tijd 

 

Spelling Thema 3 & 4

Weetwoorden met; ij

Weetwoorden die beginnen met; be-, ge-, ver-, te-. 

Weetwoorden die eindigen op –ig, -lijk 

Regelwoorden die eindigen op een –d 

Regelwoorden met een openlettergreep

Regelwoorden met een gesloten lettergreep

Regelwoorden met een dubbele medeklinker

 

Taalverkennen Thema 3 & 4

Uitroepteken

Regelmatige trappen van vergelijking

Onregelmatige trappen van vergelijking

Gebiedende wijs

Basisvorm van woorden

Voorzetsels

Persoonsvorm herleiden tot hele werkwoord

Tegenwoordige en verleden tijd

 

Woordenschat Thema 3 & 4

Themawoorden die te maken hebben met het thema; uitstapjes 

Themawoorden die te maken hebben met het thema; herinneringen

 

Schrijven Thema 3 & 4

Een reisverslag schrijven

Een routebeschrijving schrijven

Een persoonlijk verhaal schrijven

 

Spreken en luisteren Thema 3 & 4

Een reisverslag geven

Telefonisch informatie vragen

Een persoonlijk verhaal vertellen

Een rondleiding geven

 

Technisch Lezen

Drielettergrepige woorden eindigend op open lettergreep

Woorden met ~é~

Woorden met ‘s~ of ~‘s

Woorden met ~x~

Woorden met ~c~ (uitspraak /s/ en /k/)

Woorden met ~cc~ (uitspraak /ks/ en /kk/) en ~ck~

Woorden met ~y~ (uitspraak /ie/ en /j/) en ~ey (uitspraak /ie/)

Woorden met ~iaa~ en ~ioo~

Woorden met twee klinkers die samen geen tweeklank vormen (radio, piano, podium)

 

Begrijpend Lezen blok 2

Details; overeenkomsten en verschillen tussen details vinden, details vergelijken en afleiden.

Verwijswoorden herkennen

De hoofdgedachte kunnen afleiden uit de tekst

Herkennen van oorzaak-gevolgrelaties

 

foto kristal.jpg