kerst - voorjaar

 

Januari

Het thema “Restaurant”

In dit thema staat een bezoek aan een restaurant als start activiteit. Zijn kinderen daar weleens geweest?

Taal:

Prentenboek, liedje.

In dit thema komen de volgende letters aan bod m, d.

Tijdens het voorlezen voorspellen van het verhaal. Verhaalbegrip.

Vertelpantomime, reageren en handelen nav een verhaal.

Manipuleren klankgroepen, bv le-pel, je hoort twee klapjes dus dan leggen we de 2 (cijfersymbool) erbij.

Een samenhangend verhaal kunnen vertellen en rekening houden met de luisteraar.

Rekenen:

Afpassen, hoeveel bekertjes gaan er uit een pak appelsap of uit een fles cola? Hoeveel bekertjes hebben we nodig voor de hele groep? Om het te onthouden plaatsen we er blokjes bij.

Afrekenen, begrijpt dat de waarde van 2 euro gelijk is aan de waarde van 2 losse euro’s. Oefenen met betalen.

Het meten van grootheid. Bv Kees is langer dan Piet. Wie is de langste? We kunnen dit meten door blokken naast een kind te leggen.

Hoe snel kun je tellen zonder ze één voor één te tellen? Het structuur aanbrengen in het tellen.

 

Februari

Het thema “Machines”

Machines worden gemaakt en gebruikt in ons dagelijks leven, maar je kan ook zelf machines maken.

Taal:

Nav het prentenboek voorspelling kunnen doen hoe het af zou kunnen lopen. (wat als….).

Begrijpen van meervoudige instructie en voeren dat uit.

Herkennen en benoemen van letters. De volgende letters komen aan bod r,n,v.

Probleem in een verhaal herkennen en oplossingen zoeken.

Herkennen en gebruiken eindrijm.

Antwoord geven op denkvragen of indirecte vragen nav het prentenboek.

Rekenen:

Tellen met de begrippen  “erbij en eraf”.

Eenvoudige routes volgen op een plattegrond en herkenningspunten benoemen.

Van getallen meetgetallen maken, zoals bij de bakker een nummertje trekken. Dan weet je hoeveel er nog voor je zijn.

Hoeveelheden koppelen aan het getal symbool, bij 10 hamers leg je dus het getal 10.

 

Maart

Het thema “Lente”

Taal:

Prentenboek, liedje.

Tijdens het voorlezen van het prentenboek conclusies trekken en voorspellingen doen het verloop van het verhaal of een andere oplossing hebben.

Herkennen en benoemen van een flink aantal letters. De volgende letters komen aan bod w,l.

Het herkennen rijmwoorden.

Open vragen, denkvragen, tegendeel vragen.

Rekenen:

Tellen erbij en eraf. 1 t/m 5 (1) 1 t/m 10.

Volgen van  eenvoudige routes op een plattegrond en benoemt herkenningspunten.

Meetkundige begrippen zoals in de ruimte

Meten.

Rangtelwoorden.

Koppelen getal symbolen aan hoeveelheden t/m 10.

sportdag.jpg