kerst - voorjaar

 

Januari

Het thema “Gezondheid”

In dit thema komt vooral ziek zijn, naar de tandarts, een apotheek enz. aan bod.

Taal:

Tijdens het voorlezen van het prentenboek kijken of de kinderen het verhaal kunnen voorspellen en het terug vragen van het verhaal.

Klankgroepen verdelen (lettergrepen klappen).

Een ervaring in begrijpelijke zinnen kunnen vertellen, zoals een bezoekje aan de dokter.

Vertelpantomime, de kinderen begrijpen wat ze moeten doen als er wat verteld wordt en reageren daar op.

Rekenen:

Het vergelijken van voorwerpen en het meten van voorwerpen en op de goede volgorde leggen

Afmeten, hoeveel verband heb ik nodig om bij een ander een verband om zijn arm te kunnen doen.

Het bepalen van hoeveelheden dmv een dobbelsteen.

In de apotheek betalen met geld en weten dat een munt van 2 euro net zoveel is als 2 munten van 1 euro.

In deze maand is het schoolproject, we werken door de hele school aan een thema en bouwen onze lessen daar allemaal omheen.

 

Februari

Het thema “Bouwen”

Taal:

Prentenboek, liedje.

Luisteren goed en beantwoorden de luistervragen van het prentenboek.

Vertellen in begrijpelijke zinnen.

Vertelpantomime, het reageren op een verhaal, maar wel met kennis vooraf.

Beginrijm, zoals boom, boot, boek enz.

Het vragen stellen, waarom en hoe? Met het doel iets te weten te komen.

Rekenen:

Tellen tot 6 met erbij en eraf.

Het verschil tussen een analoge en digitale klok, met de nadruk op de cijfers.

Gebeurtenissen in de goede chronologische volgorde kunnen plaatsen.

Sorteren van materialen. Hoe kunnen we dat doen? Kinderen zoeken oplossingen. Bv rijen van 2 neerleggen, iedere keer 10 bij elkaar leggen enz.

 

Maart

Het thema “Lente”

Taal:

Prentenboek, liedje.

Als jullie de voorkant van het boek zien, waar denken jullie dat het over gaat? (1)

Tijdens het voorlezen van het prentenboek conclusies trekken en voorspellingen doen het verloop van het verhaal of een andere oplossing hebben. (2)

Herkennen en benoemen van een  flink aantal letters. De volgende letters komen aan bod w,l.  (2)

Ervaring op doen met rijmen (1) en het herkennen  rijmwoorden. (2)

Antwoord geven op vragen van de juf of een ander kind. (1) Open vragen, denkvragen, tegendeel vragen. (2)

Rekenen:

Tellen erbij en eraf. 1 t/m 5 (1) 1 t/m 10. (2)

Herkennen samenhang van objecten op het platte vlak. (1)

Volgen van  eenvoudige routes op een plattegrond en benoemt herkenningspunten. (2)

Meetkundige begrippen zoals daarover, eronder, bv bij jezelf (1) en ook in de ruimte (2)

Herkennen van getal symbolen 1 en 5. (1)

Benoemen van hoeveelheden met het woord of het getal symbool. (1)

Meten.

Rangtelwoorden.

Koppelen getal symbolen aan hoeveelheden t/m 10.

 

 

foto kristal.jpg